Door affectiviteit naar autonomie tijdens zwangerschap en geboorte
Recht op een gezond kind en pijnloos bevallen. Baringspijn en baringszorgen zijn van alle tijden. De medische wetenschap heeft enorm veel bijgedragen aan het veiliger maken van zwangerschap en geboorte voor moeder en kind in de westerse samenleving. Tegelijkertijd is gezondheid bijna een cultus geworden. Er is grote angst voor een afwijkend kind en pijn wordt afgewezen. Waar vroeger pijn, afwijkingen en dood aanvaard werden als horend bij het geboorteproces, willen mensen zich nu steeds meer indekken tegen alle risico’s en pijn. Het geloof in een maakbare mens wordt steeds groter. Het gevolg is een enorme medicalisering van de geboorte. Niet alleen is het percentage ziekenhuisbevallingen enorm gestegen, maar ook het aantal ingrepen zoals inleidingen van de baring, kunstverlossingen en sectio caesarea’s (keizersneden) stijgt jaarlijks. Het aantal keizersneden is de laatste 20 jaar verdrievoudigd, zonder dat dit heeft geleid tot een vergroting van de veiligheid van moeder en kind tijdens de geboorte. Waar voorheen de deskundige gynaecoloog een bepalende rol had in de beslissing tot een medische interventie, is meer en meer de cliënt bepalend in de keuze voor een interventie als een inleiding of een keizersnede, zoals bij de stuitgeboorte. Uit angst voor rechtsvervolging en schadeclaims van de mondige cliënt wordt de verloskunde steeds defensiever. Bevallen is vaak een lijdzaam en passief gebeuren De invloed van de cliënt op de plaats en het proces van de geboorte wordt steeds groter. Het is mijns inziens een goede ontwikkeling dat het paternalisme van weleer doorbroken wordt. De werkers in de gezondheidszorg bepaalden wat goed was voor de cliënt en hoe er met hem werd omgegaan. De winst blijft echter uit als de cliënt omgekeerd de medici gaat bevoogden. De deskundigheid van artsen en vroedvrouwen wordt steeds minder aanvaard. Met behulp van internet en het eigen netwerk komt de cliënt met ideeën, wensen en eisen die de relatie medicus- cliënt onder druk kunnen zetten. Wat is er een winst te behalen als de deskundigheid van beide gecombineerd zou worden. Want deskundig zijn ze allebei! Ieder op zijn eigen terrein. De zwangere c.q. barende kan bij uitstek aangeven wat zij nodig heeft. Zij geeft signalen die, indien gehonoreerd, het baringsproces enorm kunnen bevorderen. Het probleem is echter dat veel signalen niet opgevangen en herkend worden en de vrouw door de toenemende medicalisatie meer en meer vervreemdt van haar eigen lichaam en haar mogelijkheden. Ieder geboorteproces is uniek en bij iedere geboorte staat de geboorte van dit kind uit deze moeder centraal. De haptonomie heeft mij geleerd dat het drie-manschap: vader-moeder-kind van cruciaal belang is voor het verloop ervan. Wanneer de professionele zorgverleners dit drie-manschap respecteren betekent dat recht doen aan zowel de vader, de moeder als het kind. Het kan een hele actieve en bepalende rol spelen, als daar ruimte voor is en er een appel op wordt gedaan. Door eerder genoemde vervreemding en de bevoogding van de (medische) zorgverleners wordt juist geen appel gedaan op de autonomie van de vrouw, laat staan op die van het kind en de vader. Het gevolg is een passieve, lijdzame rol voor alle drie. Dit brengt angst, pijn en een zich willen overgeven aan de deskundigen met zich mee, terwijl tegelijkertijd de deskundige wordt geprest om te interveniëren. (zie boven) Het werken op haptonomische basis heeft mij geleerd dat dit proces volledig omkeerbaar is. De geboorte is een proces, waarbij zowel vader, moeder als kind een actieve rol spelen. Zodra de zwangere c.q. barende bevestigd wordt in haar zijn doordat ze affectief benaderd wordt, ontstaat er een autonomie die haar in staat stelt in haar basis te zijn. Dat betekent dat ze emotioneel zowel bij zichzelf als bij haar kind kan zijn. Dit impliceert dat de pijn van de weeën aanvaardbaar is, angst verdwijnt en de signalen van het eigen lichaam en eventueel van het kind kunnen worden opgevangen, waardoor adequaat gereageerd kan worden. De vader heeft een belangrijke rol in het ondersteunen van dit proces. Een voorbeeld is het positioneren van het kind aan het begin van de ontsluitingsfase. Allereerst wordt de moeder uitgenodigd in haar basis te komen, waarna het kind uitgenodigd wordt de optimale positie voor de geboorte in te nemen. Het gevolg is dat de weeën adequater hun werk kunnen doen en de moeder haar schoot letterlijk weet te openen. Dan zijn medische interventies als bijstimulaties, kunstverlossingen en sectio caesarea’s veel minder frequent nodig. Wanneer de ouders een prenatale haptonomische ouders- en kindbegeleiding hebben ontvangen zullen zij voorbereid zijn om elkaar in dit proces actief te steunen en eventuele interventies toe te passen. Heel vaak echter ontbreekt de ondersteuning bij de medische zorgverleners, zodat de ruimte hiervoor niet gevoeld en of gecreëerd wordt. Daarnaast zet het medisch technisch handelen aan tot aanpassing en lijdzaamheid. Gelukkig zijn er ook situaties waarin het ouderpaar respect afdwingt met hun samenzijn en manier van omgaan met het geboorteproces. In die gevallen ontstaat er als vanzelf ruimte voor hen en blijven de zorgverleners op gepaste afstand. Voor niet-haptonomisch begeleide paren is het nog veel moeilijker. De objectiverende benadering in onze gezondheidszorg werkt contact met je basis juist volledig tegen. Basaal in dit proces is dat iedere vrouw intuïtief weet hoe ze moet baren en daar normaal gesproken de kracht voor heeft. Niet haar hoofd, maar haar ‘second brain’ (de Thymos, door F. Veldman beschreven als de bezielde lichamelijkheid) geeft leiding aan dit proces. Zodra zij bepaald wordt bij haar basis en haar kind zal zij van dit weten gebruik kunnen maken, zal zij vertrouwen hebben. Hoe werkt die affectieve bevestiging? Een affectieve begeleiding door haar partner en de zorgverleners die haar omringen zal de vrouw versterken in haar gevoel en kunnen leiden tot koinesthesie (een zich compleet voelen). Om te kunnen baren zal een vrouw haar kind de ruimte moeten geven. Haar bekken moet daartoe vitaal zijn, van gevoel doorstraald, waarmee ze haar kind kan uitnodigen zichzelf geboren te laten worden. Elk objectiverend handelen en bepalen bij haar cognitie zal dit proces frustreren en afbreuk doen aan de lichaamsbeleving en daarmee het zelfvertrouwen van de vrouw en moeder. Zo zal iedere ervaring van autonomie een positief effect hebben op het welbevinden en het zelfvertrouwen van de vrouw, de man en het kind. Een enorme stimulans voor jonge ouders om op hun eigen gevoel te vertrouwen. Evidence based handelen. Er zal nog veel onderzoek nodig zijn om deze stelling te bewijzen. De afgelopen 25 jaar wordt een steeds groter belang gehecht aan evidence based werken. Het is van groot belang voor een verdere professionalisering van de verloskunde en een nog verder terugdringen van de risico’s voor moeder en kind tijdens zwangerschap en geboorte, dat resultaten van het handelen getoetst en vastgelegd worden. Helaas wordt veel sneller onderzoek gedaan naar makkelijk te meten items, dan naar begrippen als autonomie en affectiviteit. Ik zou een oproep willen doen aan de werkenden in de verloskunde om zorg te dragen voor wetenschappelijke studies om dit ervarings-weten om te kunnen zetten in een geaccepteerd evidence based weten, zodat (medische) zorgverleners de autonomie van de barende accepteren en stimuleren en het baringsproces medisch en emotioneel veilig kan blijven verlopen. Door: Monique Duran, vroedvrouw op haptonomische basis en therapeut, werkzaam binnen Optima.