• January 4, 2015

    Door affectiviteit naar autonomie tijdens zwangerschap en geboorte

    Recht op een gezond kind en pijnloos bevallen. Baringspijn en baringszorgen zijn van alle tijden. De medische wetenschap heeft enorm veel bijgedragen aan het veiliger maken van zwangerschap en geboorte voor moeder en kind in de westerse samenleving. Tegelijkertijd is gezondheid bijna een cultus geworden. Er is grote angst voor een afwijkend kind en pijn wordt afgewezen. Waar vroeger pijn, afwijkingen en dood aanvaard werden als horend bij het geboorteproces, willen mensen zich nu steeds meer indekken tegen alle risico’s en pijn. Het geloof in een maakbare mens wordt steeds groter. Het gevolg is een enorme medicalisering van de geboorte. Niet alleen is het percentage ziekenhuisbevallingen enorm gestegen, maar ook het aantal ingrepen zoals inleidingen van de baring, kunstverlossingen en sectio caesarea’s (keizersneden) stijgt jaarlijks. Het aantal keizersneden is de laatste 20 jaar verdrievoudigd, zonder dat dit heeft geleid tot een vergroting van de veiligheid van moeder en kind tijdens de geboorte. Waar voorheen de deskundige gynaecoloog een bepalende rol had in de beslissing tot een medische interventie, is meer en meer de cliënt bepalend in de keuze voor een interventie als een inleiding of een keizersnede, zoals bij de stuitgeboorte. Uit angst voor rechtsvervolging en schadeclaims van de mondige cliënt wordt de verloskunde steeds defensiever.   Bevallen is vaak een lijdzaam en passief gebeuren De invloed van de cliënt op de plaats en het proces van de geboorte wordt steeds groter. Het is mijns inziens een goede ontwikkeling dat het paternalisme van weleer doorbroken wordt. De werkers in de gezondheidszorg bepaalden wat goed was voor de cliënt en hoe er met hem werd omgegaan. De winst blijft echter uit als de cliënt omgekeerd de medici gaat bevoogden. De deskundigheid van artsen en vroedvrouwen wordt steeds minder aanvaard. Met behulp van internet en het eigen netwerk komt de cliënt met ideeën, wensen en eisen die de relatie medicus- cliënt onder druk kunnen zetten. Wat is er een winst te behalen als de deskundigheid van beide gecombineerd zou worden. Want deskundig zijn ze allebei! Ieder op zijn eigen terrein. De zwangere c.q. barende kan bij uitstek aangeven wat zij nodig heeft. Zij geeft signalen die, indien gehonoreerd, het baringsproces enorm kunnen bevorderen. Het probleem is echter dat veel signalen niet opgevangen en herkend worden en de vrouw door de toenemende medicalisatie meer en meer vervreemdt van haar eigen lichaam en haar mogelijkheden. Ieder geboorteproces is uniek en bij iedere geboorte staat de geboorte van dit kind uit deze moeder centraal. De haptonomie heeft mij geleerd dat het drie-manschap: vader-moeder-kind van cruciaal belang is voor het verloop ervan. Wanneer de professionele zorgverleners dit drie-manschap respecteren betekent dat recht doen aan zowel de vader, de moeder als het kind. Het kan een hele actieve en bepalende rol spelen, als daar ruimte voor is en er een appel op wordt gedaan. Door eerder genoemde vervreemding en de bevoogding van de (medische) zorgverleners wordt juist geen appel gedaan op de autonomie van de vrouw, laat staan op die van het kind en de vader. Het gevolg is een passieve, lijdzame rol voor alle drie. Dit brengt angst, pijn en een zich willen overgeven aan de deskundigen met zich mee, terwijl tegelijkertijd de deskundige wordt geprest om te interveniëren. (zie boven) Het werken op haptonomische basis heeft mij geleerd dat dit proces volledig omkeerbaar is.   De geboorte is een proces, waarbij zowel vader, moeder als kind een actieve rol spelen. Zodra de zwangere c.q. barende bevestigd wordt in haar zijn doordat ze affectief benaderd wordt, ontstaat er een autonomie die haar in staat stelt in haar basis te zijn. Dat betekent dat ze emotioneel zowel bij zichzelf als bij haar kind kan zijn. Dit impliceert dat de pijn van de weeën aanvaardbaar is, angst verdwijnt en de signalen van het eigen lichaam en eventueel van het kind kunnen worden opgevangen, waardoor adequaat gereageerd kan worden. De vader heeft een belangrijke rol in het ondersteunen van dit proces. Een voorbeeld is het positioneren van het kind aan het begin van de ontsluitingsfase. Allereerst wordt de moeder uitgenodigd in haar basis te komen, waarna het kind uitgenodigd wordt de optimale positie voor de geboorte in te nemen. Het gevolg is dat de weeën adequater hun werk kunnen doen en de moeder haar schoot letterlijk weet te openen. Dan zijn  medische interventies als bijstimulaties, kunstverlossingen en sectio caesarea’s veel minder frequent nodig. Wanneer de ouders een prenatale haptonomische ouders- en kindbegeleiding hebben ontvangen zullen zij voorbereid zijn om elkaar in dit proces actief te steunen en eventuele interventies toe te passen. Heel vaak echter ontbreekt de ondersteuning bij de medische zorgverleners, zodat de ruimte hiervoor niet gevoeld en of gecreëerd wordt.  Daarnaast zet het medisch technisch handelen aan tot aanpassing en lijdzaamheid. Gelukkig zijn er ook situaties waarin het ouderpaar respect afdwingt met hun samenzijn en manier van omgaan met het geboorteproces. In die gevallen ontstaat er als vanzelf ruimte voor hen en blijven de zorgverleners op gepaste afstand. Voor niet-haptonomisch begeleide paren is het nog veel moeilijker. De objectiverende benadering in onze gezondheidszorg werkt contact met je basis juist volledig tegen. Basaal in dit proces is dat iedere vrouw intuïtief weet hoe ze moet baren en daar normaal gesproken de kracht voor heeft. Niet haar hoofd, maar haar ‘second brain’ (de Thymos, door F. Veldman beschreven als de bezielde lichamelijkheid) geeft leiding aan dit proces. Zodra zij bepaald wordt bij haar basis en haar kind zal zij van dit weten gebruik kunnen maken, zal zij vertrouwen hebben. Hoe werkt die affectieve bevestiging? Een affectieve begeleiding door haar partner en de zorgverleners die haar omringen zal de vrouw versterken in haar gevoel en kunnen leiden tot koinesthesie (een zich compleet voelen). Om te kunnen baren zal een vrouw haar kind de ruimte moeten geven. Haar bekken moet daartoe vitaal zijn, van gevoel doorstraald, waarmee ze haar kind kan uitnodigen zichzelf geboren te laten worden. Elk objectiverend handelen en bepalen bij haar cognitie zal dit proces frustreren en afbreuk doen aan de lichaamsbeleving en daarmee het zelfvertrouwen van de vrouw en moeder. Zo zal iedere ervaring van autonomie een positief effect hebben op het welbevinden en het zelfvertrouwen van de vrouw, de man en het kind. Een enorme stimulans voor jonge ouders om op hun eigen gevoel te vertrouwen.     Evidence based handelen. Er zal nog veel onderzoek nodig zijn om deze stelling te bewijzen. De afgelopen 25 jaar wordt een steeds groter belang gehecht aan evidence based werken. Het is van groot belang voor een verdere professionalisering van de verloskunde en een nog verder terugdringen van de risico’s voor moeder en kind tijdens zwangerschap en geboorte, dat resultaten van het handelen getoetst en vastgelegd worden. Helaas wordt veel sneller onderzoek gedaan naar makkelijk te meten items, dan naar begrippen als autonomie en affectiviteit. Ik zou een oproep willen doen aan de werkenden in de verloskunde om zorg te dragen voor wetenschappelijke studies om dit ervarings-weten om te kunnen zetten in een geaccepteerd evidence based weten, zodat (medische) zorgverleners de autonomie van de barende accepteren en stimuleren en het baringsproces medisch en emotioneel veilig kan blijven verlopen. Door: Monique Duran, vroedvrouw op haptonomische basis en therapeut, werkzaam binnen Optima.

  • October 21, 2014

    Een dilemma, bevallen thuis of in het ziekenhuis?

    Een dilemma, bevallen thuis of in het ziekenhuis?

     

    De gezondheidsuitkomsten voor de baby zijn voor vrouwen die van plan zijn om thuis te bevallen als voor vrouwen die van plan zijn poliklinisch te bevallen even goed. Dat blijkt uit een groot onderzoek dat deze week gepubliceerd is in het BJOG; International Journal of Obstetrics and Gynaecology.(bron www.KNOV.nl.) In het grootste deel van Nederland kan een verloskundige, indien nodig, ook gedurende de bevalling tijdig verwijzen naar het ziekenhuis. Voor het overgrote deel reageren ouders hier positief op. De overdracht aan de gynaecoloog wordt vanuit huis geregeld en in het ziekenhuis is men voorbereid op wat er nodig is. Ouderparen die zelf kiezen voor een ziekenhuis bevalling (poliklinisch) weten sowieso dat ze met weeën onderweg moeten. Dan is er vanaf het begin een bepaalde mate van onrust, moeten we al gaan? Overgave aan het baringsproces en zoeken naar een goede manier om de weeen op te vangen, is dan heel wat lastiger. In het ziekenhuis zul je dan alsnog je plek moeten vinden om met de weeën om te gaan.

    Als verloskundige vind ik het erg belangrijk om iedere bevalling te evalueren. Ook hoe ouders terugkijken op de geboorte van hun kind. Hieronder volgen enkele verslagen van ouders die kozen voor thuis, maar door mij verwezen werden naar het ziekenhuis.

     

    Ik wilde graag thuis bevallen van ons eerste kindje. Het leek me prettig om in een vertrouwde omgeving te zijn en zo rustig de pijn op te kunnen vangen. Het grootste deel van de bevalling zijn we ook daadwerkelijk thuis geweest. Dat was prettig. De weeën duurden lang en doordat ik thuis was kon ik steeds een nieuwe prettige houding opzoeken waardoor de pijn goed te dragen was. Zo heb ik uren op een bal onder de douche gezeten. In een ziekenhuis had ik dat nooit gedurfd. 

    Al met al zie ik deze bevalling als een goede combinatie van twee werelden. Alle rust en ruimte om thuis de ontsluitingsweeen op de vangen en vervolgens de extra veiligheid en mogelijkheden van het ziekenhuis toen het nodig bleek. 

     

    Het was voor mij van jongs af aan altijd al duidelijk geweest, ik zou thuis bevallen. In mijn eigen slaapkamer, met mijn eigen mensen, sfeer en spullen. Met het ziekenhuis als uiterste uitwijk mogelijkheid in geval van nood. Uiteindelijk toch naar het ziekenhuis. Ik was erg blij dat deze keuze tijdig aan me is voorgelegd, jammer dat het moest, maar gezondheid van mijn kindje voor alles… Ik werd gelijk aan allerlei apparatuur aangesloten en ik voelde me vanaf dat moment overgeleverd aan de goede wil en kunnen van het ziekenhuis. Wat was ik enorm blij dat mijn verloskundige ook in het ziekenhuis ons tot het einde heeft begeleid! Hierdoor konden mijn man en ik zoveel als mogelijk de bevalling op onze manier voortzetten en bleef ons sfeertje redelijk intact.

     

    Toen mijn kindje aangaf te willen komen, heb ik 20 uur thuis doorgebracht met de meest warme steun van verloskundige, moeder en partner. Ik werd vrij gelaten mijn behoeften aan te geven en werd begeleid waar nodig. Er was alle ruimte om verschillende posities aan te nemen in plaats van passief op mijn rug te moeten liggen. Toen uiteindelijk bleek dat ik een ‘snufje steun’  (red. infuus met weeën opwekkend middel) nodig had om de bevalling te voltooien, voelde dit niet als een teleurstelling. Ik wilde graag dat mijn kindje nu ter wereld zou komen en als dat betekende dat we daarvoor van omgeving moesten veranderen dan was dat wat we deden. Natuurlijk waren de weeēn die ik moest opvangen in de auto een lastiger deel van de bevalling, maar voor mij nooit een reden van overweging om dan maar direct in het ziekenhuis te beginnen. De omschakeling was daarna ook vlot gemaakt en we troffen het geluk dat het ziekenhuis de ruimte bood aan mijn verloskundige om mij te blijven begeleiden. Twee uur na aankomst in het ziekenhuis kwam mijn dochter ter wereld, mijn lichaam was uitgeput van het zware werk, maar ík voelde me in mijn totale kracht en die was de hele bevalling lang gerespecteerd gebleven. 

     

    Al met al ben ik erg positief over een thuisbevalling ook al moest ik bij twee bevallingen (red. de 1e en de 3e) halverwege naar het ziekenhuis. Zou ik nogmaals voor de keuze komen te staan zou ik zeker weer kiezen voor een thuisbevalling.

  • April 8, 2014

    Hello world!

    Welcome to WordPress. This is your first post. Edit or delete it, then start blogging!